Cultuurhuisvesting

Het kan bijna niemand zijn ontgaan dat er problemen waren met de vernieuwbouw van De Lawei en de invoeging van De Meldij in De Lawei. Dinsdag 26 mei 2015 stond de cultuurhuisvesting op drie verschillende agenda’s.

Te beginnen in de ronde tafel waarbij raadsleden betrokkenen vragen kunnen stellen om extra informatie te vergaren voor de beeldvorming. Wanneer alles normaal gaat schuift het onderwerp waar de ronde tafel over gaat twee weken door om dan in het debat en kort daarna in het besluit te komen. Deze keer ging dat anders. Vanuit de ronde tafel ging het direct door naar het debat en daarna naar het besluit.

Het college vroeg drie dingen aan de raad.

Ten eerste om kennis te nemen van de financiële situatie van de verbouw. Naar blijkt is de schade die is ontstaan tijdens de eerste fase van de bouw, 1,1 mln hoger dan geraamd na het beëindigen van het contract met de aannemer. Tijdens de werkzaamheden die daarna werden uitgevoerd kwamen toch nog een aantal dingen aan het licht die niet naar boven waren gekomen tijdens de werkopnames van de arbitragecommissie. In eerste instantie was het bedrag 3,7 mln. Nu is dat 4,8 mln. De Lawei geeft aan dit probleem zelf op te kunnen lossen tot aan de uitspraak van de arbitragecommissie. Wanneer uit de uitspraak van de arbitrage blijkt dat de aannemer zijn werk niet goed heeft gedaan en De Lawei terecht het contract heeft verbroken, dan is dit bedrag te verhalen op de aannemer. Wanneer blijkt dat het contract ten onrechte is verbroken dan komen de kosten ten laste van De Lawei en dus indirect ten laste van de gemeente. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat De Lawei het contract niet voor niets heeft verbroken en dat de arbitragecommissie haar werk goed gaat doen. Een uitspraak hierover kan nog even op zich laten wachten. Naar alle waarschijnlijkheid gaat dit begin 2016 worden.

Als tweede vroeg het college om onze mening (zienswijze) te geven over het feit dat de gemeente garant gaat staan voor een lening van 1,4 mln. die De Lawei af moet sluiten. Die lening was in 2013 al bekend en dus niet een verrassing, maar het garant staan van de gemeente was dat wel. Het voordeel van deze garantstelling is dat de Bank Nederlandse Gemeenten een lager rentetarief in rekening brengt. In dit geval minder dan 1 procent. Het niet garant staan zou dus betekenen dat de lening vele malen duurder zou worden en daar heeft alleen de geldverstrekker voordeel bij. Het college kan dit geheel op eigen houtje besluiten en hoeft de raad daar geen toestemming voor te vragen.

Het derde punt lag even een beetje anders. Door het feit dat de samenvoeging van Lawei en Meldij tot één centrum nu niet bepaald van een leien dakje ging is halverwege vorig jaar besloten om een nieuw bestuur aan het werk te zetten. De plannen zijn enigszins aangepast. De grootste aanpassing was dat de Meldij langer zou blijven bestaan om langer tijd te hebben voor docenten om een beslissing te nemen over de vraag of ze binnen een ZZP constructie verder wilden gaan met hun werk. Ondertussen is bekend dat 22 docenten doorgaan met lesgeven bij De Lawei. Daarvan gaan 17 als zzp-er aan de slag. Vijf personen komen in aanmerking voor de ouderenvoorziening. Negen docenten hebben besloten hun werk elders voort te zetten en 3 personen hebben gekozen voor de ‘zachte landing’. Zij krijgen dus tot 1 september 2016 de tijd.

Dat de Meldij langer open blijft heeft financiële consequenties. De kosten voor het extra jaar zijn 297.000 euro en de gemeente verleent subsidie voor hetzelfde bedrag.

Als raad waren we het aardig met elkaar eens en het voorstel werd unaniem aangenomen. Ons streven om te zorgen voor een breed cultuuraanbod en brede cultuureducatie kan van start.