Overvallen

Het risico is groot dat deze kop u op het verkeerde been zet. Ik parkeerde mijn auto op het parkeerterrein voor een gemeentehuis. Voor mij liep een fleurig geklede, ik denk uit Ethiopië of iets dergelijks, dame. Ze strak vrolijk af tegen het grijze harde Noord-Groningse licht. Ze wou duidelijk wat van me en begon voorzichtig een praatje. “Koud he!” zei ze. Ik kon dat bevestigen onder het aantrekken van mijn jas naast mijn auto. Ja, het was fris. De dame had een enveloppe in haar hand en begon wat te zeggen wat ik niet helemaal kon volgen. Ze stak de enveloppe wat onhandig naar mij toe. Ik zag dat de brief geadresseerd was aan een mevrouw met een buitenlandse naam en zei, “ja deze brief is aan u geadresseerd.” Een beetje onzinnig eigenlijk, ze wist dat natuurlijk best en hield de brief nog steeds uitgestoken in haar hand. Ik zag in haar ogen een blik van, hoe moet ik dit nu zeggen? En ik denk dat ze ook bij mij iets onbegrepens zag. Misschien begrijpt ze geen Nederlands ging door mij heen, dus probeerde ik het nog een keer in het Engels. Nee, nee Nederlands begreep ze prima.

Terwijl ik zat te peinzen wat ze van mij wilde, maakte ze de nog steeds dichtgeplakte enveloppe open. “Rekening?” Vroeg ze terwijl ze de brief openvouwde. Nu is voor mij post nogal privé, maar zij dwong mij in de brief te kijken. In een eerste blik was het mij duidelijk dat het geen rekening was. “Nee,” zei ik “het is geen rekening.” De opluchting zag ik in haar ogen. Maar nu ik zo behulpzaam was liet ze me niet los. Wat dan wel? Bij iets langer doorlezen was het mij duidelijk, het was een verzoek van een instelling om een afspraak te maken. De dame was duidelijk opgelucht dat het geen rekening was en herhaalde dat zij bij de instelling een afspraak moest gaan maken.

Terwijl ik in de vergadering zat ging de film op het parkeerterrein nog een keer door mijn hoofd. Op de achtergrond hoorde ik nog half de juffen en de architect die in de vergadering het hadden over de kleur van de vloerbedekking; pas toen viel het muntje dat de kleurrijke dame op het parkeerterrein de brief niet kon lezen en mij had uitgekozen om voor haar de wondere betekenis van de lettertjes te vertellen.

Laaggeletterdheid noemen we dat en in ons conceptverkiezingsprogramma waar we op dit moment vol mee aan de slag zijn staat daarover een mooie tekst. Met de overval op het parkeerterrein is de abstracte beleidstekst opeens menselijk ingekleurd. Ik zie haar waarschijnlijk nooit weer, maar wat graag zou ik deze dame vaker door de bureaucratische letters helpen.

Oh ja, af en toe krijg ik reacties of ik niet kan stoppen met de afsluiting van mijn blogs. Mijn antwoord is daarop dat ik naar analogie met de romeinse senator Cato deze afsluiting zal weghalen als de verplichte winkelsluiting op zondag is opgeheven.

Dus, zondagmiddag toch weer naar Gorredijk gereden om boodschappen in te slaan: het blijft jammer dat dit in Drachten nog niet kan!

Maarten Noordhoff