Uit de raad van 03-03-2020

De raad ging tijdens het debat over het rapport Baas bijna voltallig akkoord met de conclusies en aanbevelingen die in het rapport van Ton Baas staan. Behalve het CDA – dat verdeeld stemde – koos iedereen voor het zakencollege. Niet altijd met dezelfde motivatie helaas. Een aantal dingen vielen ons op tijdens deze vergadering. Vrijwel alle partijen hebben nagedacht over hun rol in de situatie zoals deze in de afgelopen twee jaar is ontstaan. Ze hebben aan zelfreflectie gedaan, hebben in de spiegel gekeken. Hebben gewikt en gewogen en kwamen daarna tot de conclusie dat een rode kaart voor de gehele raad en college op zijn plaats is. De PvdA is in dit proces geen uitzondering. Twee partijen vormden een uitzondering. De ELP gaf duidelijk aan dat alle problemen bij anderen lagen en dat hun niets viel te verwijten. Het CDA heeft nooit iets van wantrouwen gemerkt. “Overal is wel eens wat.”, is vrij vertaald de conclusie van het CDA. Het CDA diende dan ook een amendement in om twee weken respijt te vragen om de mogelijkheid van een meerderheidscoalitie nog te onderzoeken, wat even later, voor Het Besluit, werd ingetrokken.  De VVD leek hierop aan te sluiten, maar leek deze tijd ook te willen gebruiken om verder uit te diepen waar het probleem door was ontstaan. Voor de resterende zeven partijen was duidelijk dat nóg meer uitstel niet wenselijk was. 

In eerste instantie was het niet iedereen duidelijk waarom wij de stap hebben genomen om uit de coalitie te stappen. Vooral de manier waarop -zonder vooroverleg met sommige partijen en bovendien als een donderslag bij heldere hemel- mocht rekenen op kritiek. Ondertussen zal het partijen duidelijk zijn waarom. Ons doel was om bloot te leggen waar de PvdA als coalitiepartij tegenaan liep en wij hadden de wens dat dit zo ‘organisch’ mogelijk zou gebeuren. Van te voren dan al steun zoeken staat daar haaks op. Plotseling lag er een situatie op tafel die voor ons kenmerkend was voor de gang van zaken waar wij ons aan stoorden en was er geen tijd voor andere partijen om daar invloed op uit te oefenen. 

Het Rapport van de heer Baas legt redelijk politiek correct een behoorlijk aantal zenuwen bloot. De bijdragen tijdens de vergadering van 3 maart 2020 van de andere partijen waren dan ook duidelijk. De situatie is onhoudbaar en er is geen mogelijkheid voor een meerderheidscoalitie. 

Waarom willen wij een zakencollege?

Gebruikelijk is dat na de verkiezingen gekeken wordt welke partijen samen gaan in een coalitie. Deze partijen maken samen afspraken over hoe de gemeente in de komende periode van vier jaar wordt bestuurd. Over het algemeen neemt de grootste partij na de verkiezingen het voortouw om een coalitie te vormen. Die coalitie heeft dan -in vrijwel alle gevallen- een meerderheid in de raad. Vanuit die coalitie worden wethouders voorgedragen. Over het algemeen een wethouder per partij, maar soms gaat het anders. In onze gemeente kreeg de ELP twee wethouders, de PvdA en VVD ieder 1 wethouder en GroenLinks en de FNP leverden gezamenlijk 1 wethouder. 

Samen met de burgemeester vormen zij het college. De partijen die geen plaats hebben in de coalitie vormen de oppositie en die zijn, ook in vrijwel alle gevallen, in de minderheid.

Voor 2002 waren de wethouders onderdeel van de raad. Een fractie kon in die tijd heel veel invloed uitoefenen op het systeem en dat was niet altijd een voordeel. In 2002 werd dualisme ingevoerd. De wethouders staan vanaf die tijd semi-los van de raad, waardoor de raad beter haar controlerende taak uit kan voeren. De raad is kaderstellend en controlerend. Kort gezegd; de raad geeft het college bij meerderheid een opdracht. Het college voert die opdracht uit en stelt daarna de raad in de gelegenheid haar controlerende taak uit te voeren. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat de raad op de stoel van het college gaat zitten.

Bij een zakencollege staat het college volledig los van de raad. De raad stelt nog steeds de kaders vast en controleert ook nog steeds het college. Doordat het college niet meer door partijen wordt ‘geleverd’, ontstaat er rust in het college en daardoor ook in de organisatie, want ondanks dat de organisatie niet vaak wordt genoemd, hadden zij ook behoorlijk last van de voorbije situatie. Dat bleek uit de steunbetuigingen die wij voor onze stap het gekregen.

Een tweede voordeel is, voor onze situatie in ieder geval, dat er geen oppositie en coalitie meer is, maar gewoon één raad. Twee kampen binnen een gemeenteraad, waarvan de een groter dan de andere, bevordert de kans op manipulatie en dat is dan weer niet bevorderlijk voor het samenwerken in vertrouwen. Wanneer er maar één kamp is, en dus ook de onderlinge communicatie breder, wordt het domineren van het proces sneller herkend, erkend en afgevangen. Dit maakt de raad als geheel sterker en daar varen de gemeente en haar inwoners wel bij. 

Hoe werkt een zakencollege?

Eigenlijk net zoals een college die uit een coalitie is gevormd, alleen omdat nu de wethouders partijloos zijn en geen binding hebben met de partijen in de raad kunnen ze vrijer opereren. Alle opdrachten die ze uitvoeren, vallen nog steeds binnen de kaders zoals gesteld door de raad. Eigen voorstellen vanuit het college gaan nog altijd via de raad en zullen een meerderheid nodig hebben om te kunnen worden uitgevoerd via de raad. De raad heeft nog steeds dezelfde positie: ze vertegenwoordigt het volk, is kaderstellend en controlerend.

Wie kunnen dan wethouder worden?

Iedereen kan solliciteren naar de functie van wethouder, zowel extern als vanuit politieke partijen. Bij installatie van deze personen als wethouder van bepaalde portefeuilles opereren ze nadrukkelijk los van de partijen. Een wethouder die lid is van de PvdA werkt volledig onafhankelijk van de PvdA raadsfractie. Hij/zij schuift niet aan bij fractievergaderingen en kan ook serieus teruggefloten worden door de raad en dus ook de fractie. Los is ook echt los.

Wat gebeurt er dan nu?

De burgemeester en de griffier hebben opdracht gekregen om het proces vorm te geven. De voorkeur van de raad gaat uit, zoals voorgesteld in het rapport van de heer Baas, naar een externe persoon die vervolgens een commissie samenstelt met een mandaat om kandidaten te kiezen voor de portefeuillehouders. Wij hebben er een voorkeur voor dat dit buiten de raad gebeurt. Niet omdat we ons zelf niet capabel achten, maar juist om ervoor te zorgen dat het proces niet voor een deel kan worden vormgegeven door fracties in de raad. Wij hebben de behoefte niet om dat te doen en vinden dat anderen niet in de gelegenheid moeten worden gesteld om dat te doen.
en vinden dat andere partijen in de raad zich ook buiten dit proces moeten houden, om zodoende zelfs maar de schijn van partijdigheid, juist nu, tegen te gaan. 

Wij realiseren ons dat het zakencollege voor Smallingerland een nieuwe manier van besturen is. Het zal allemaal niet meteen van een leien dakje gaan, maar het PvdA gelooft oprecht dat met het instellen van een zakencollege de belangrijke besluiten die genomen moeten worden, genomen kúnnen worden. Dat door de dan ontstane duidelijkheid dualisme juist een kans krijgt in een gemeenteraad die volgens ons echt van goede wil is en het beste wil voor haar burgers.