Drachten, de Pvda en de middenklasse

Nadat we met een groepje Architecten, kunstenaars, landschappers en dergelijk volk (u weet wel overwegend zwart gekleed, design bril en handtasje of strik afhankelijk van de uitvoering man/vrouw) het Raadhuisplein, de Drachtstervaart en de Lawei hadden bekeken kwam het gesprek op het DNA van Drachten.

Mooie projecten, maar wat hebben ze met elkaar en met Drachten te maken? Niet de verbinding van het Raadhuisplein, niet de verschuiving van de kern van het winkelcentrum naar de zuidkant, niet de leegstaande panden, maar wat is het DNA van Drachten was de kernvraag. Zijn dat de oude roots van de verveningsgeschiedenis? Of is het meer bepaald door de komst van Dunlop en Philips? Voor mij is Smallingerland op de eerste plaats een hardwerkende gemeenschap, maar wat je met dat antwoord dan kan als je kijkt naar de toenemende leegstand in het centrum, kwam ik niet echt verder mee.

De vraag over het DNA kwam weer bij mij boven toen ik in de Volkskrant van 21 juli een artikel las van Peter de Waard over “De val van de middenklasse”.  Is tussen 1975 en 2009 de omvang van de “arbeidersklasse” gedaald van 38 naar 24% en de “upper class” verdubbelt van zo’n 7 ½ naar 15%; wat daarna is gebeurd weten de statistici nog niet goed. Maar duidelijk is wel dat nu de onderkant van de middenklasse het zwaar te verduren heeft. En ook al houden ze het hoofd vaak net boven water, de onzekerheid over de toekomst hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. En dat vind ik nou wel een specifiek Pvda punt; hoe kunnen we zekerheid in een tijd van verandering bieden?

Korte en snel wisselende arbeidscontracten, zzp’ers zijn de oplossingen van deze tijd. Mensen zijn gelukkig zeer veerkrachtig en passen zich snel aan. Met bewondering kijk ik naar hoe de jeugd van baan naar baan of soms gelijk al als ondernemer in deze tijd het hoofd boven water houdt. Maar deze oplossingen verhouden zich slecht met lange termijn plannen zoals bijvoorbeeld een gezin starten en een huis kopen. De hypotheekbank werkt het liefst met een vaste aanstelling en het moeizaam bij elkaar gesprokkelde spaargeld gebruiken om een huis te kopen als je niet weet of je morgen werk en inkomen hebt is ook niet zo’n geweldig idee. Kortom de organisaties moeten zich aanpassen aan de veranderende wereld.

Het bijzondere is dat mensen zich dus sneller aanpassen dan de instituties. Vanuit de Pvda en de vakbonden is de reflex logischer wijze te beschermen wat we hadden. Maar de wereld zal niet terug veranderen, dus willen we voor de nieuwe middenklasse opkomen dan zullen we moeten luisteren naar wat hun behoeften zijn. Ik begrijp het pleidooi van Hans Spekman voor meer zekerheid in de arbeidscontracten en de inzet van Ascher met de wet ‘Werk en zekerheid’; maar mijn sympathie gaat nog meer uit naar nieuwe oplossingen zoals het concept van een basisinkomen.

Een basisinkomen die mensen de ruimte geeft om aan een nieuwe toekomst te bouwen en als het tegen zit een onvoorwaardelijk vangnet biedt; dat lijkt beter aan te sluiten bij de huidige tijd van continue verandering. En laat het basisinkomen nu iets zijn waar je op lokaal niveau heel goed mee kan experimenteren. Ik heb gehoord dat de fractie hier ook mee aan de slag gaat, dus wordt ongetwijfeld na de zomer vervolg!

O ja. Toch weer op zondagmiddag langs Gorredijk om wat proviand te halen: het blijft jammer dat dat in Drachten nog niet kan.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*